Op bedevaart

Binnen de nieuwe spiritualiteit is de bedevaart weer helemaal terug. Een wandeling naar Santiago de Compostella helpt je misschien niet dichter bij God te komen, maar blijkbaar wel dichter bij jezelf en wellicht dichter bij alle mistige prietpraat die het Woord Gods heeft vervangen.

Ik weet het niet. Volgens mij kun je beter met een goed glas absint op je balkon gaan zitten — desnoods een vaas Hefeweizen als het echt zomert — en uitkijkend over de velden de dingen in ogenschouw nemen zoals ze zijn, nadenken over jezelf en je verhouding tot die dingen en vervolgens je conclusies trekken. Dan kom je denk ik nader tot jezelf dan wanneer je honderden kilometers gaat sjouwen in de richting van een of ander heiligdom.

De pelgrimsroutes zijn overal in Europa aangegeven met blauwe bordjes waarop in gele lijnen een gestileerde Sint Jacobssschelp staat afgebeeld. Ik ben daar niet ongevoelig voor. Het is een stuk Europese historie dat ineens weer zichtbaar wordt. De romantiek daarvan raakt me, al heb ik niets met de modieuze spiritualiteit.

Als ik op bedevaart wil gaan hoef ik niet ver te lopen. Kranenburg is een bedevaartsoord, dus ik kan als ik ’s morgens naar de bakker ga meteen even een bedevaart meepikken, mocht ik er behoefte aan hebben. Maar waarom? Waarom is Kranenburg een bedevaartsoord? Het antwoord is de vinden op de helling van de Brandenberg, direct aan de noordzijde van het stadje. Ik heb het nooit geweten.

Kevelaer is bekender, als de belangrijkste bedevaartsplaats van Noordwest Europa, en dat is hier niet ver vandaan. Ze hebben er een afbeelding van de Maagd Maria die op wonderbaarlijke wijze kan genezen, de Consolatrix Afflictorum, troosteres der bedroefden. Dat is duidelijk: je hebt ergens last van, je gaat naar Kevelaer en de Troosteres zorgt voor een oplossing.

Mijn voetblessure wil maar niet genezen. Vanmorgen werd ik weer eens wakker met helse pijnen. Ik kon nauwelijks mijn espressomachine bereiken. Zoiets duurt een paar uur. Dan kun je weer min of meer lopen. In ieder geval tot aan je auto. Ik zou niet weten wat de oorzaak is. Deze blessure is uit het niets gekomen en lijkt niet over te gaan.

Het was mooi weer, niet te warm, dus het leek me wel een aardige dag voor een bedevaart. Gelukkig kon ik in Kevelaer pal achter de basiliek parkeren, want een eind lopen zat er niet in.

Toen ik er aankwam piste het van de regen. Op het plein brandden honderden kaarsen die niet door de regen werden gedoofd. Een wonder! In de basiliek jengelde een orgel. De preek ging over zelfstandig denken en de mening van de massa. Daar hoeven ze van mij in een kerk niet mee aan te komen. In de Beichtkapelle werden baby’s met water besprenkeld door een vent in een jurk. In een zijstraat kraste een artistieke jongeling Méditation de Thaïs op een ontstemde viool. Er hing een geur van schnitzels en bier.

Ik begaf me naar de Gnadenkapelle. Die was opgeluisterd met kerstverlichting en rode lampions. Ik vond het er sfeervol uitzien en raakte helemaal in de feeststemming.

Ik wendde mij tot de beeltenis van de gnädige Frau Consolatrix (een minuscuul prentje) en vertelde haar van het gesodemieter met mijn voet. Gross wie das Meer ist mein Schmerz. Ze sprak: “Lazer op, heiden. Ga liever je moeder pesten met je gemekker of bezoek je huisarts.” Het was duidelijk dat ik hier voor niets was. Um sonst. Für den Schlitz der Katze.

Vrijdag had ik collega Stijn van Absinthia.be op bezoek. Mijn voet ten spijt stelde ik voor een boswandeling te maken en wat van gedachten te wisselen.

We parkeerden bij de zogenaamde Heilig-Kreuz-Stock, op de noordhelling van de Brandenberg, aan de rand van Kranenburg. Ik zei hem dat dit de plek is waar Kranenburg tot bedevaartsoord is geworden, hoewel het mij volstrekt onduidelijk is waarom precies. Er was een hostie ontheiligd in een boom en de boomstam spleet een paar decennia later. Dat is wat het informatiebordje vermeldt. De stok zelf is een stenen zuil waarin met Duitse precisie een gat is geboord. Als je erdoorheen kijkt zie je de bedevaartskerk van Kranenburg.

Tijdens de wandeling vroeg Stijn zich hardop af hoe een hostie op die plek ontheiligd kan zijn — wat er nu eigenlijk gebeurd is. Het informatiebord zegt er niets over.

Toen we terugkeerden bij de auto was een groep fietsers neergestreken bij de gedenksteen. Het was een groep van jongeren die verveeld luisterden naar het verhaal van een parochiewerker (of zoiets) die zalvend vertelde over Kranenburg als bedevaartsoord.

De essentie van het verhaal had ik gemist, maar ik zag mijn kans schoon en vroeg hem hoe die hostie in 1280 ontheiligd was. Hij legde uit hoe een boer de mis had bijgewoond en vervolgens huiswaarts was gekeerd. Zonder een gelaatsspier te vertrekken plaatste hij zijn hand voor zijn maagstreek, beschreef daarmee een opwaartse curve en zei bloedserieus: “Er hat sich übergeben.”

Ik ben blij dat ik het eindelijk weet. Kranenburg is een bedevaartsoord omdat een boer aan de bosrand zijn hostie heeft uitgekotst.

Heilig-Kreuz-Stock

heilig-kreuz-stock

Heilig-Kreuz-Stock