Vasalis

De bus rijdt als een kamer door de nacht. Dat denk ik altijd even als de streekbus ’s avonds laat voor de laatste keer door de straat aan de andere kant van de akker rijdt. Het is geen al te krachtig beeld, maar het is precies zoals het is. In ieder geval heeft het zich in mijn brein geplant. Niet dat ik er verder veel bij voel.

Het is alles wat ik met Vasalis heb. De aardigere vondsten van de dichteres zijn hooguit rustpunten in een overweldigende stortvloed van sentimentele kitsch. Hoe kunnen mensen dit voor hun plezier lezen? Dat is een foute vraag. In de best gelezen dichteres van Nederland vindt men geen genoegen, maar wel ontroering en troost, met echte tranenvloeden en echte zielen.

De troostende werking van kitsch op het volk is even pijnlijk als onmiskenbaar. Je kunt niet zomaar zeggen dat het oeuvre van Vasalis voornamelijk uit tenenkrommend sentimentele kutgedichten bestaat — daar kwets je heel veel mensen mee.

Vasalis staat niet alleen. Wat te denken van haar voorbeeld Gorter? Wat te denken van dat chagrijnige huilebalkje van een Neeltje Maria Min? Vasalis is slechts verreweg het meest getalenteerd van allen in het opstellen van sentimentele klets die doel treft en troost biedt. Zij is de stem van het kleine geluk en het kleine leed.

Misschien is dit de poëzie die overblijft als een land de flamboyance van de romantiek heeft gemist en het al die tijd heeft moeten stellen met domineeslyriek. Ik weet het niet; die bewering kan ik niet onderbouwen. Maar strontvervelend is het allemaal wel, natuurlijk.

Crisis

Poe! Daar dreigde ik mezelf toch te verliezen in de zwartkijkerij, maar nu is er weer volop licht. De bossen en velden zijn zonovergoten, de alsem groeit en er bloeit iets knalgeels in de tuin.

Helaas betaalt niemand me meer. Er zit nog voor een kilometer of 20 benzine in de BMW. Ik rijd straks maar even naar Materborn om aan de woudzoom een rolstoeler of een oude dame te spoliëren. Ik kan hier niet gaan zitten verhongeren. Het is verdomme lente!

Wetter NRW

Maanmythen

Das Mondschaf

Das Mondschaf steht auf weiter Flur.
Es harrt und harrt der großen Schur.
   Das Mondschaf.

Das Mondschaf rupft sich einen Halm
und geht dann heim auf seine Alm.
   Das Mondschaf.

Das Mondschaf spricht zu sich im Traum:
“Ich bin des Weltalls dunkler Raum.”
   Das Mondschaf.

Das Mondschaf liegt am Morgen tot.
Sein Leib ist weiß, die Sonn ist rot.
   Das Mondschaf.

— Christian Morgenstern (Galgendichtung)

Mondschaf
Hans Reyersbach – Das Mondschaf (lithografie)

Eigentlich ist das “Mondschaf” ein Kinderbuch und erzählt, wie der Mond von einem Schaf Gelassenheit lernt und seinen Rhythmus findet. Bei Morgenstern ist es am Ende leider tot.

Nu in het Keulse Wallraf-Richartz-Museum & Fondation Corboud: Der Mond.

Koteletten in altbier

Goedkoop en snel. Ik heb mijn côtes de porc au vin blanc als volgt verrijnlandst:

De varkenskoteletten zijn Stielkoteletten. Ik denk dat die in het Nederlands ribkoteletten of zo heten.

Neem per kotelet ongever 50 gram champignons. Snijd eventueel drek der aarde eraf en spoel de champignons kort af (niet onderdompelen). Snijd ze in plakjes. Bak ze op hoog vuur in voldoende boter goudbruin gedurende een minuut of 5, totdat het meeste vocht eruit verdampt is. (Voor de Hollandse lezers: gebruik geen margarine. Gebruik sowieso nooit margarine!) Zet ze opzij in een vergiet.

Verspreid bloem op een bord. Geef een draai met de pepermolen erover. Haal de koteletten er goed doorheen en klop ze af.

Bak de koteletten in boter en olie aan beide zijden gedurende een paar minuten op middelhoog vuur. Draai het vuur omlaag en voeg toe: een half kopje kippenbouillon, een half glas altbier, een takje tijm en een kneepje tomatenconcentraat (bij voorkeur van een redelijk merk, zoals Oro di Parma, en niet een of andere zoete shit waar nauwelijks tomaat in te herkennen valt).

Breng het geheel langzaam aan de kook en laat het een minuut of 20 zachtjes sudderen. Kookt u te hard, dan wordt het vlees hard en heeft u de boel verkloot.

Voeg ten slotte de gebakken champignons toe en laat ze even opwarmen in de saus.

Direct serveren, bijvoorbeeld met gebakken aardappelen of aardappelkroketten.

Wijntip: Geen. Zet een paar gekoelde literflessen Schumacher Alt op tafel om te slempen.

Referral

De Helfrich-absint steekt de Noordzee over, dankzij twee verdelers in het Verenigd Koninkrijk: eAbsinthe.com en het prestigieuze Liqueurs de France.

Het product heeft zichzelf neergezet in de absintwereld. In Nederland hebben we op zeer kleine schaal wat geflyerd, maar verder is er geen cent aan marketing besteed.

Na alle persaandacht die de eerste Nederlandse absint kreeg meldde een landelijke verdeler zich direct: Anker Dranken. Toen we onze eigen distilleerderij hadden opgericht konden we de topkwaliteit leveren die we voor ogen hadden en wilde "Markus", de internationale verdeler in Duitsland, het product direct hebben. Daarmee was de Helfrich geïntroduceerd in de absintwereld, die zich nagenoeg geheel buiten Nederland bevindt.

Lovende kritieken van de deskundigen volgden, op websites en in de absintliteratuur. Nieuwkomers in de absintwereld werd aangeraden het product vooral te kopen, door consumenten die er geen enkel commercieel belang bij hadden.

Zo kwam ons tweede product, de blanke absint, vanzelf van de grond: klanten klaagden dat het nergens te krijgen was, zodat de verdelers het wel moesten gaan voeren. En de groene absint verspreidde zich verder middels hetzelfde mechanisme: als een verdeler het niet heeft krijgt hij daar vragen over.

Er lijkt sprake van een sneeuwbaleffect: een nieuwe verdeler betekent een nieuwe impuls, aangezien de interesse van zijn klantenkring meteen wordt gewekt: http://www.feeverte.net/forum/index.php?showtopic=5163

Liqueurs de France heeft de reputatie alleen de beste merken te voeren. Omdat we al moeite hadden om aan de vraag te voldoen hebben we ze onze producten nooit aangeboden. Na alle aanprijzingen kunnen ze echter niet achterblijven. Zodra we weer een voorraad van enige omvang hebben gaan we met ze verder. De druppel: http://www.feeverte.net/forum/index.php?showtopic=5100

Hoe we het straks moeten bolwerken met een 60 liter-ketel en zonder bottellijn is op dit moment de grote vraag.

Toen ik met de absintonderneming begon werd me door diverse deskundigen op het hart gedrukt dat de kopers van een nieuw product nooit uit zichzelf komen. Dat is dus niet helemaal waar.

Helfrich Verte

(foto: Green Baron)

Das Goldene Kalb

Wanneer je eenmaal de overbodigheid van de grote levensvragen hebt ingezien, kun je je aandacht volledig richten op andere vragen die er volstrekt niet toe doen. Waar precies zou de vierstammige eik moeten staan? Hoe leesbaar is het werk van Harry Mulisch eigenlijk? Waar precies loopt de 20 meter-hoogtelijn over de akker? Is Patrick Bateman een seriemoordenaar of iemand met een buitensporig perverse fantasie? Hoe is Das Goldene Kalb komen te liggen waar het ligt?

De zwerfkeien die hier in het laagland liggen zijn tijdens de ijstijden meegevoerd door het landijs, zoals u ongetwijfeld weet. Dat landijs heeft ook heuvels van zand en grind opgestuwd, de zogenaamde stuwwallen. Dat weet u ook, bijvoorbeeld omdat u ooit bent wezen fietsen op de Veluwe of de Sallandse Heuvelrug, waar men tussen de pannenkoekenhuizen wat natuur voor u heeft aangelegd en afgebakend.

Die zwerfkeien dus, die komen uit het noorden en tijdens hun reis zijn ze mooi rond afgesleten. Echter, dat geldt niet voor de zwerkei aan de Kartenspielerweg achter de Jansberg te Grafwegen: Das Goldene Kalb. Dit forse stuk kwartsiet is niet rond afgesleten en heeft niet zo ver gereisd als zijn medezwerfkeien. Maar wat vreemder is: het komt uit het zuiden. Dit gesteente komt voor op het Rijnlands Leisteenplateau, honderden kilometers stroomopwaarts.

De gangbare verklaring is dat het op of in een ijsschots een Rijnreis heeft gemaakt en vervolgens door het landijs is meegevoerd en achtergelaten op de helling van de zojuist opgestuwde Jansberg. Dat is een kras verhaal waar ik niets van geloof.

Het Kalf ligt er al sinds mensenheugenis en het is niet aannemelijk dat een grappenmaker het er heeft neergelegd. Daar is het veel te zwaar voor, maar mogelijk hebben de reuzen en draken die vroeger het Rijnland bewoonden er een rol in gespeeld.

Graag zou ik van een (amateur)geoloog vernemen hoe dit mogelijk is. En anders, een sterk verhaal is natuurlijk ook goed. U ontvangt een fles absint als ik onder de indruk ben van uw verklaring, maar de kans daarop is vanzelfsprekend uiterst gering.

Das Goldene Kalb

Geldenberg

Grauwe ochtenden en stralende middagen — dat is nu al dagenlang zo. Ik moet eruit, gezien mijn behoefte aan zonlicht en lentelucht.

Een oude Hollandse toerfietser in een strak pakje vol kleurige reclame rijdt de bosweg langs de brandtoren op de Geldenberg op en af. Hij heeft al een vakantiegevoel, want er klinkt een in slijm gesmoord “bonjour” van achter het snotgordijn aan zijn neus. “Guten Tag!” schreeuw ik hem toe.

Op de stafkaart staan opvallende bomen gemarkeerd. Ongeveer op de plek waar de Kurfürsteneiche zou moeten staan ligt een enorme met mos begroeide stam in het bos. Dat zal hem geweest zijn. De Vierstämmige Eiche is volstrekt onvindbaar. Oh, kijk daar, een boom met heel veel stammen! Verdomme, het is een beuk. Dat is wel een eik, maar die heeft maar één stam. Nee, een halve maar. Oh, daar ligt de rest. En daar staat er een met twee stammen.

Nee, het wordt niets meer vandaag. Ik merk het aan alles.

Sip of seduction

Het is inmiddels een jaar of wat geleden dat ik Medusa belde omdat Betina Wittels hulp nodig had voor de nieuwe uitgave van haar boek. Het zou meer moeten zijn dan een boek over absint. Het zou ook een gids moeten worden voor de absintminnende eurotripper, met kroegen, slijterijen, distilleerderijen, merken en musea.

We sloofden ons uit, in een minuscuul Amsterdams appartement, om teksten op te stellen in fraai Engels en beeldmateriaal te verzamelen. Uit Rotterdam leverde Van Popering materiaal aan over zijn nieuwste artistieke tent. Uit Amsterdam ontvingen we een bijdrage van The Bulldog Hotel.

Maar het boek kwam niet van de grond. Betty Wittels kon niets zeggen over wat er wel en niet in opgenomen zou worden. De uitgever leek het sowieso nergens mee eens te zijn. Toen ik uiteindelijk de eindredacteur sprak, Ted Breaux, bleek hij niets van onze bijdragen te weten. Vervolgens herschreef hij het hele boek, wat waarschijnlijk geen slecht idee was, gezien zijn expertise op dit terrein.

Het boek verscheen uiteindelijk in 2008. We werden er niet van op de hoogte gesteld, laat staan dat we een exemplaar toegezonden kregen. Wel staan we dubbel vermeld in de acknowledgements en is er een positieve bespreking opgenomen van de absint van Helfrich — toch de enige echte absint van Nederland.

Absinthe, Sip of Seduction
Absinthe, Sip of Seduction
Robert Hermesch & Betina Wittels