Voorrechten en mogelijkheden

Als kind werd mij voorgehouden dat met het opleidingsniveau het aantal mogelijkheden in het leven zou toenemen. Dat zouden dan voornamelijk beroepskeuzemogelijkheden zijn, neem ik aan. Ik herinner me nog goed hoe een onderwijzer op het bord een soort staafdiagram tekende, waarin de hoogte van de staven stond voor de mogelijkheden die een onderwijsniveau bood: een onaanzienlijk blokje voor de LTS, een fiere balk voor de HAVO, een toren voor het VWO.

Toegegeven, ik gebruik mijn academische graad nog steeds om deuren te openen, maar mijn ervaring was bijna exact omgekeerd aan het bovenstaande. Terwijl mijn opleidingsniveau toenam bleven de vrijheidsgraden jaar na jaar wegvallen uit mijn bestaan. De ene deur naar de andere werd dichtgesmeten. Toen ik aan de eindstreep kwam waren er geen mogelijkheden meer over. De deur naar het leraarschap stond nog op een kier en die trok ik ook maar dicht, want als er in al die jaren een ding echt duidelijk was geworden, dan was het wel dat ik totaal ongeschikt was voor het onderwijs.

Ik kon alleen nog mijn schouders ophalen en proberen om met wat mij aan levensenergie restte zelf een nieuw bestaan te ontwerpen. Dus dat heb ik maar gedaan.

Klei

Nicolaas Klei-wijn: betaalbare maar obscene wijn, waarin geuren en smaken, uit druif en hout, elkaar zinverdovend overschreeuwen. In die obsceniteit het tegenovergestelde van het Franse “piquette.” Niet geschikt als tafelwijn, omdat geen smakelijk eten ertegen is opgewassen. Wel geschikt om te degusteren en om in meer of minder interessante bewoordingen te omschrijven wat je allemaal ervaart. Vanaf ongeveer een halve liter geschikt om in pijnlijke krampen in de plee te braken. Overdosering te behandelen met ibuprofen en veel water of sterke drank. Synoniem: kaaskoppenwijn. Hyponiem: omfietswijn. Hyperoniem: bocht.

Nederlands onderwijs

“Het onderwijs hoort een nationale bevoegdheid te blijven, waarover de Europese Unie geen zeggenschap hoort te hebben. […] In Nederland maken we zelf uit hoe we ons onderwijs regelen.” Boodschappen met een dergelijke strekking hoor ik met enige regelmaat. Dit citaat komt uit het verkiezingsprogramma van de SP.

De meeste hoogopgeleide Nederlanders die ik ken, van mijn leeftijd of jonger, zijn niet in staat om een regelmatig werkwoord in hun eigen taal te vervoegen. Aan de zuidgrens neemt het aantal Nederlanders dat kun kinderen naar een Belgische school stuurt nog altijd toe. De Nederlandse grensarbeiders in Duitsland sturen hun kinderen naar Duitse scholen. Ik heb de stof van het Abitur bestudeerd, ben onder de indruk van de breedte en de diepte ervan en beken dat ik met het VWO-onderwijs dat ik heb genoten schamel bedeeld ben. Nederlandse artsen en ingenieurs komen in Duitsland moeilijk aan de bak omdat ze ondergekwaliceerd zijn naar Duitse maatstaven. Dat belemmert de economische ontwikkeling van Nederlands-Duitse Euregio’s (Nederlands argument: die Duitsers erkennen onze diploma’s niet). Uitzonderingen worden gemaakt voor Nederlandse medisch specialisten, bij personeelstekorten in de gezondheidszorg.

Ik weet eerlijk gezegd niets van onderwijs, dus ik kan me er moeilijk een gedegen mening over vormen, maar op de een of andere manier voelt dat Nederlandse “handen af van ons onderwijs” toch oncomfortabel aan.

Februarizon

Februarizon

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano’s.
De populieren werpen met een schoolse nijging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen op helblauwe zijde.

De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van
de eerste lentewind.

— Paul Rodenko (1920 – 1970)

Na die opengaande meisjeskamers, aluinen handen, huizen van piano’s, schoolse nijgingen, ballen vol vogelstemmen, onzichtbare vliegtuigen, ernstige kinderen en donzen maskers, vraag je je met recht af wat er fijn — of zelfs maar mooi — kan zijn aan poëzie. Toch vind ik dit gedicht een aardige weergave van een gematigd euforisch gevoel dat uniek is voor het hele jaar: de eerste zon in februari, met een suggestie van lente. Bovendien woonde de familie Rodenko lange tijd in dezelfde straat als ik, dus waarschijnlijk hebben wij dezelfde zon ervaren.

Vandaag moest ik eraan denken dat we straks in augustus het omgekeerde ervaren. Toen mijn allereerste sonnet, Maandagmorgen, door Hans Warren werd uitgekozen voor Meulenhoffs poëziekalender
van 1995, kwam daarin ook de Augustusnevel van ene Nolda Boels terecht. Van haar hebben we nooit meer wat gehoord. Ik citeer het gedicht om louter historische redenen, alle moede grasvelden, doeken huizen, verlamde kruinen en daverende kevers ten spijt:

Augustusnevel
(pendantgedicht op Paul Rodenko’s ‘Februarizon’)

Weer trekt de wereld zich terug onder haar deken:
een nevelflard besluipt het moede grasveld plots
kampeerders breken eigenhandig op:
hun doeken huis geplet en opgerold.
De hoge bomen met verlamde kruinen
verkrampen in de stilte van die dag
een zwarte kever davert doelloos
tussen verdroogde bloemen in ’t vertrapte gras

De dauw omvat mijn voeten met haar natte hand.
Ik huiver van de kilte
na die zomerbrand.

— Nolda Boels (geb. 1942)

Denk negatief!

U zit ongetwijfeld weleens niet zo lekker in uw vel. De Nationale Mental Coach kan u in dat geval niet helpen. Hij maakte direct na zijn aanstelling korte metten met die uitdrukking. Dat is een krachtige opening, waarmee hij zich onderscheidt van het overweldigende aanbod aan coaches die er juist wel op uit zijn om u met hun holle praatjes te helpen wanneer u niet lekker in uw vel zit. Daartoe beschikken ze over uiteenlopende methodieken die worden afgeschuimd van een borrelende brij van schijnwijsheid, pseudo-wetenschap, psychologie van de koude grond, esoterie en hippie-ideologie. Geen van deze methodieken haalt aantoonbaar iets uit, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat u erin gelooft. U, die niet zo lekker in uw vel zit.

De essentie van deze wirwar aan duurbetaalde wartaal is het streven naar een positief denken. U moet positief denken over de doelstellingen die u zichzelf stelt, zoals hoe uw baantje er over tien jaar uitziet of uw gezinnetje, welke nog op klei te bouwen vinexwoning u ongetwijfeld zult betrekken of dat u volgend jaar eindelijk die Toyata Prius van uw dromen kunt bezitten. Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat u positief denkt over uzelf. Erg opzienbarend is uw leven niet, maar u bent goed. U kunt het!

Stel, u ligt straks op uw sterfbed terug te blikken op uw leven, een leven uit miljoenen. U telt uw successen, uw carrièrestappen, de complimenten van de baas, uw vinexwoningen, uw geliefden, het nageslacht dat nu snikkend rond uw bed staat. Het was een asgrauw leven waarin u weinig heeft kunnen leggen dat echt van uzelf was. En dat is uw eigen schuld! U heeft nooit een noemenswaardige daad van verzet gepleegd, u bent nooit in opstand gekomen. Integendeel, u bent over al die nietswaardige dingen positief blijven denken, om ze te doen slagen. U pruttelt iets over het mooie leven dat u heeft geleid, maar in dit laatste moment zit u niet zo lekker in uw vel. Uw dierbaren zullen niet weten of die allerlaatste traan in uw ooghoek er een van dankbare ontroering is of van uiterste bestaansnood.

Een dergelijk drama is zeer eenvoudig te voorkomen, namelijk door negatief te denken. Erken en benoem alle kutzooi om u heen. Scheld erop, vloek en tier. U merkt onmiddellijk resultaat. Er opent zich een wereld aan mogelijkheden. Alle ellende die u uit de weg kunt ruimen zult u direct aanpakken. Helaas zal dat voor het meeste wat zich voordoet niet mogelijk zijn. U heeft er te weinig of helemaal geen invloed op. Juist in die gevallen is het negatieve denken uiterst effectief. U accepteert het onvermijdelijke en eist daarnaast direct ruimte voor uzelf op. Die ruimte is helemaal van u. U schept en ontdekt er wat u maar wenst. U kunt er worden wie u bent, in tegenstelling tot al die positieve denkers die allemaal hetzelfde soort lege huls zijn. Alles wat niet binnen hun wereld valt, is nu in potentie van u. Hun wereld is klein en verstikkend, die van u is oneindig groot. En dat alleen dankzij uw grenzeloze negativiteit over allerlei flutaangelegenheden.

Met negatief denken kunt u heel klein beginnen. Nogmaals, u zult direct resultaat merken en u heeft daar geen bazelende coach bij nodig. Benoem een irritatie in uw leven die blijft doorzeuren en formuleer daar vervolgens het meest voor de hand liggende antwoord op. De Nederlandse keuken is voor mij altijd een verschrikking geweest. (Ik noem dit als een klein voorbeeld – dat het in feite een centraal thema in mijn leven is doet even niet ter zake.) Nu kun je daar positief tegenover gaan staan, en je voordeel doen met het weinige wat er wel goed en aangenaam aan is. Dan moet je dus iedere dag weer het goede gaan najagen en uiteindelijk vreet dat energie. Bovendien zijn je dagelijkse problemen er niet mee opgelost. Te denken valt alleen al aan de sociale frictie die ontstaat als je voortdurend bezig bent om onder etentjes uit te komen. Beter is het daarom de Nederlandse keuken integraal te verguizen. Dan is er geen ontkomen meer aan. Altijd was ik te lui om in de keuken te staan, maar dankzij mijn nietsontziende negativiteit besloot ik van de ene op de andere dag om zelf te gaan inkopen en koken. Meteen bleek ik als kok niet geheel onverdienstelijk en daar heb ik nog iedere dag plezier van.

Ooit was u smoorverliefd, maar nu, niet eens zo gek veel later in uw leven, zit u al met een lelijke oude zeur van een vrouw. U voelde die bui al wel hangen, maar nu het zover is gekomen bent u toch enigszins van de kaart. U kunt nu al het goede in haar inventariseren, hopende dat dat wel van blijvende aard is, en proberen hoe lang u het aan de hand daarvan kunt uithouden. Natuurlijk laat u uzelf ook van uw beste kant zien. Investeren in de relatie heet dat. Een positieve houding. Beter is het om nog dezelfde avond ergens aan de bar te gaan hangen, een lekker wijf te versieren en daarmee meteen flink van bil te gaan. U kunt ervoor kiezen om dat onopgemerkt te doen (bijvoorbeeld omdat u bang bent straks alimentatie te moeten betalen), maar dat geeft stress en het beste is om open kaart te spelen en uw vrouw hoe dan ook zo snel mogelijk aan de straat te zetten. Hoe negatiever u de zaak aanpakt, hoe weidser het arcadische landschap van nieuwe mogelijkheden zich voor u zal openen.

Zo kan ik voorbeelden blijven noemen, maar beter is het om zelf direct te beginnen met negatief denken. Ik hoef u daar niet in te coachen. U behaalt de beste resultaten geheel op eigen kracht. Ik ben ervan overtuigd dat u er goed in bent.

Feest

Naast ziekte, dood, armoede, werk en schoonfamilie is er weinig zo schadelijk voor je geestelijk welzijn als feest. Mijn studievriend die zelfmoord pleegde vatte zijn innerlijke kwelling en verscheurdheid, zijn verhouding tot de wereld, samen in het motto: “Het leven is een feest.” Kernachtiger is het ongeluk nauwelijks uit te drukken.

Het ergst zijn de volksfeesten, zoals het carnaval, de Nijmeegse zomerfeesten, de popconcerten en de voetbaloverwinningen. In het volksfeest gaat de holle massamens op in het grotere geheel van zijns gelijken en wordt wat in hem aan individualiteit aanwezig is opgeheven. Deze depersonalisatie geeft een gevoel van “feestvreugde.” Het grote voordeel van de volksfeesten is dat de persoon achter het gewillige meisje je volstrekt koud laat; een voordeel dat in mijn geval op een gegeven moment niet meer opwoog tegen het gevoel van verstikking en ontmenselijking, zodat ik besloot mij voor altijd verre te houden van volksfeesten. Toch kreeg ik er nog jaren veel van mee. Zo kon ik na bijna ieder Nijmeegs volksfeest mijn BMW naar de schadehersteller brengen en de stront uit mijn portiek scheppen. Het kwellen van anderen is inherent aan al deze vrolijkheid.

Van een andere aard zijn de “feestjes,” dat wil zeggen de feesten en partijen waar je binnen een beperkte ruimte in aanraking komt met lieden waar je anders met een wijde boog omheen zou lopen. De conversaties blijven op feestjes in de regel oppervlakkig en dat is maar goed ook. Anders zou je binnen de kortste keren met iedereen slaande ruzie hebben. Op feestjes voel je je verontreinigd – door wat mensen zeggen, door hun gedrag en vaak zelfs louter door hun aanblik.

Om het feestleed voor iedereen dragelijk te maken, is er de feestpil met MDMA als actief bestanddeel. MDMA stimuleert de afgifte van mono-amine signaalstoffen en oxytocine in de hersenen, met als effect een gevoel van euforie en van empathie. Je wordt niet alleen vrolijk, je gaat ook andere mensen lief vinden. In de jaren 70 van de vorige eeuw werd MDMA ingezet bij depressies en neurotische aandoeningen, en bovendien in de relatietherapie. Als bij de aanblik van je vrouw het bloed je voor de ogen schoot, dan bood deze pil soelaas. Het zal duidelijk zijn waarom dergelijke effecten juist in geval van feest zo wenselijk zijn.

Zelf weiger ik om pillen te slikken tegen feest. Daarom blijf ik er als het even kan weg.

Kleine revolutie

ik draai een kleine revolutie af
ik draai een kleine mooie revolutie af
ik ben niet langer van land
ik ben weer water
ik draag schuimende koppen op mijn hoofd
ik draag schietende schimmen in mijn hoofd
op mijn rug rust een zeemeermin
op mijn rug rust de wind
de wind en de zeemeermin zingen
de schuimende koppen ruisen
de schietende schimmen vallen

ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af
en ik val en ik ruis en ik zing

— Lucebert (1924 – 1994)

1994 was het jaar van mijn afstuderen. Ik zat af te zien op een kleine studentenkamer in een volksbuurt, zonder enig toekomstperspectief, want ik had de verkeerde studie gekozen en zes stoffige academische jaren hadden mijn ooit zo vurige lust tot avontuur volkomen uitgeblust.

Mijn bovenbuurman was een drop-out. Destijds deed hij buiten blowen en uitgaan niets in het leven. Toen zijn liefje het uitmaakte deed hij een soort poging tot zelfmoord. Eerst belde hij haar om zijn daad aan te kondigen. De jonge vrouw alarmeerde op haar beurt de politie. De bovenbuurman trok stampend en luid schreeuwend een telefoonsnoer om zijn hals. Zo luid, dat mijn nieuwsgierigheid naar wat er boven gebeurde werd gewekt. Toen doofde zijn wil tot sterven snel uit, hij denderde de trap af, smeet de voordeur dicht en verdween in het provinciale nachtleven.

Een half uur later viel de politie bij mij binnen. Ik vertelde ze dat het om een misverstand ging. Ik had wel wat anders te doen dan zelfmoord plegen; mijn scripties moesten immers af. Daarop sloegen de agenten met een zaklamp de ruit van mijn bovenbuurmans voordeur in, op de begane grond, aan het trottoir, naast die van ons, in dat labyrintische complex van vooroorlogse arbeiderswoningen.

De volgende dag hoorde ik boven weer leven en belde ik aan. Het was vreselijk. In de liefde was het niets meer. Geen kans op werk. Hij had die nacht geprobeerd om bij zijn voormalige werkgever ramen in te gooien en dat was ook mislukt. Toen hij thuiskwam lag het raam van zijn eigen voordeur in scherven. Kortom, hij had geen leven meer en zelfs geen dood.

Uiteindelijk wist ik hem wat te troosten. We hebben nog vele avonden samen doorgebracht, vol levendige conversaties. Hij stoned en spiritueel; ik bezopen en aards. Hij had op de radio gehoord dat er een kunstenaar was overleden. Schubert of zo. Ondanks mijn academische wereldvreemdheid wist ik hem te vertellen dat Schubert al een tijdje weg was, dus dat het waarschijnlijk om iemand anders zou gaan als het nieuws er aandacht aan besteedde. Die kunstenaar had iets gezegd over een kleine revolutie en dat voelde mijn bovenbuurman precies zo. Prachtig vond hij het.

Als elke andere revolutie is een kleine revolutie een omwenteling, een schuimende golf, maar wel een die kalm wordt “afgedraaid,” als een film of een draaiorgelboek. Er worden geen Bastilles bestormd en er klinken geen schoten of wapengekletter. Slechts de schimmen schieten. Ikzelf was opgedroogd tot land. Ik wilde best weer kunnen stromen en golven, maar de daaropvolgende jaren in de farmaceutische industrie zouden het land verder doen verdorren. Zingen deed ik ook niet meer. Enkele van mijn verzen waren geaccepteerd in de literaire kringen rond Meulenhoff en Van Oorschot en daarmee was ik uitgezongen. Toch ben ik vallend blijven ritselen en ruisen en na meer dan vijftien jaar wist ik af en toe weer een schuimkop of een meermin te dragen. Misschien nadert het moment om weer eens iets af te draaien.

Een aantal jaar geleden liep ik de bovenbuurman van toen tegen het lijf. In zijn vaste baan had hij zekerheid en voldoening gevonden. Aan zijn arm hing een vrouw en hij duwde een vleeswagen voort.

Un dat konnt man auch hören

Beuys’ Charakter ist niederrheinisch-flämisch bestimmt, und er war sich dessen bewußt. Als ihn ein Freund fragte, ob er denn wirklich Anthroposoph sei – im formellen Sinne war er es nie – antwortete er: “Ich Anthroposoph? Ich bin Niederrheiner.”

— Franz Joseph van der Grinten

(Onze bron: Georg Cornelissen, Der Niederrhein und sein Deutsch, Greven, 2007)

Beaujolais

In deze tijd van het jaar geldt het laten vallen van de geografische naam Beaujolais als een soort lakmoesproef voor beschaving. Reageert iemand verrukt en steekt hij van wal over beaujolais primeur, dan heb je vrijwel zeker te maken met een barbaar zonder smaak: een wijnsnob naar Angelsaksisch model. Kijkt hij daarentegen bedenkelijk en mompelt hij iets over Beaujolais nouveau, dan gaat het waarschijnlijk om iemand die zelf smaak heeft.

De zogenaamde “primeur” is alleen bekend in de gustatief minder ontwikkelde delen van de westerse wereld en is uitgevonden door Engelse snobs in de tweede helft van de vorige eeuw die het begrip vin de primeur en een enigszins beschamend stuk regionale folklore, de beaujolais nouveau, hebben verhaspeld tot Beaujolais primeur.

In Nederland is het wanproduct uiteraard bekend als beaujolais primeur. Daaraan zien we duidelijk hoe miezerig het Nederlandse snobisme is. Baudelaire geeft al aan dat het snobisme een uitingsvorm is van mensen die plotseling te veel geld, te veel status en nog altijd een gebrek aan smaak hebben. Ze willen graag leven als de mensen die al generaties lang allerlei geneugten hebben mogen smaken, maar ze weten niet precies hoe dat moet. U kunt tegenwoordig nog altijd een wijncursus of een opleiding kunstgeschiedenis volgen om uw plek te verwerven binnen deze achtergebleven bevolkingsgroep. Het Nederlandse snobisme is zo tragisch omdat het een imitatie van een imitatie is, namelijk van het Angelsaksisch snobisme.

Maar het is november en u loopt het risico een fles beaujolais primeur cadeau te krijgen. Wat kunt u doen? Het meest voor de hand liggende en beste antwoord luidt: de gootsteen. Vindt u dat zonde, dan negeert u de instructies van uw wijndrinkinstructeur en laat u de fles enkele weken tot maanden staan. De fles krijgt dan de kans om te herstellen van de “bottle shock,” de verstoorde balans als gevolg van te vroeg en te snel bottelen, en om tannines kwijt te raken (voor een veel te jonge wijn bevat een beaujolais – hopelijk – erg weinig tannines, maar voor een drinkbaar glas helaas meestal nog altijd verrekte veel). Als u geluk hebt houdt u een min of meer drinkbare slobberwijn over. Zo niet, dan is er alsnog de gootsteen. Ook kunt u het product natuurlijk distilleren in uw clandestiene ketel, om een wijnbasis te verkrijgen voor uw excellente borrel.

De beaujolais wordt gemaakt uit de Gamay-druif. De toepassing van die druif is niet toegestaan voor de topwijnen van de Bourgogne. Dat is geen al te best begin, maar toch mogen we niet vergeten dat het wijnbouwgebied Beaujolais verschillende appellations omvat waaruit meer dan behoorlijke wijnen voortkomen, zoals de bekende Moulin à Vent en Saint-Amour. Helaas is hun reputatie bevlekt door die vermaledijde “primeur.” Dat is zinvol om te beseffen als het niet iedere dag Gevrey-Chambertin zijn kan.